Op de Oude Grintweg worden Giovanni en Martinus door verschillende getuigen samen gezien.

Op 30 mei neemt Giovanni voor enkele dagen zijn intrek in herberg van de Weduwe an Cuijk vanwaar hij er op uittrekt om heiligenprenten te verkopen. Tijdens de maaltijden maken  Giovanni kennis met Martinus. Geleidelijk aan wint Martinus het vertrouwen van Giovanni. De sfeer wordt zo goed dat Giovanni Marinus het geld, met verschillende stukken grof zilvergeld, laat zien dat hij voor zijn baas verdiend heeft.

Giovanni vertelt dat hij naar Boxtel gaat om het geld aan zijn b…

Op de Oude Grintweg worden Giovanni en Martinus door verschillende getuigen samen gezien.

Op 30 mei neemt Giovanni voor enkele dagen zijn intrek in herberg van de Weduwe an Cuijk vanwaar hij er op uittrekt om heiligenprenten te verkopen. Tijdens de maaltijden maken  Giovanni kennis met Martinus. Geleidelijk aan wint Martinus het vertrouwen van Giovanni. De sfeer wordt zo goed dat Giovanni Marinus het geld, met verschillende stukken grof zilvergeld, laat zien dat hij voor zijn baas verdiend heeft.

Giovanni vertelt dat hij naar Boxtel gaat om het geld aan zijn baas en oom Borghini af te dragen en daar het Pinksterweekend door te brengen. Martinus heeft zich hier op voorbereid, want plotseling moet ook hij zijn geweven doeken naar Eindhoven gaan brengen. Hij stelt zijn eerdere plan om op 1 juni naar Eindhoven te gaan uit om op 2 juni zijn vriend een eindje te vergezellen, dit terwijl Boxtel in de tegenovergestelde richting als Eindhoven ligt. 

Op Pinksterzaterdag 2 juni 1838 gaat Giovanni alleen naar Boxtel. Enkelen minuten later verlaat Martinus de herberg met de mededeling dat hij in Eindhoven zijn geweven doeken gaat afleveren. Maar direct buiten het zicht van de herberg verandert hij van koers en hij gaat Giovanni achterna. Een kwartier gaans van Oirschot zijn ze door een latere getuige samen gezien. 

Locatie